De eerste as van de strategie is erop gericht de land- en tuinbouw bestuiversvriendelijk te maken. Dit omvat een reeks bestuiversvriendelijke landbouwpraktijken, een intensievere dialoog tussen belanghebbenden, een betere samenhang tussen beleidsmaatregelen in de landbouw- en de milieusector, en een nauwe samenwerking tussen boeren en tuinders, imkers, natuurbeschermingsorganisaties en landbouworganisaties.
De tweede as gaat over steden, infrastructuur en ruimten die bestuiversvriendelijker moeten worden gemaakt. Er zijn veel mogelijkheden om de aanwezigheid van bestuivers te stimuleren en hun bescherming te verbeteren in stedelijke gebieden, vooral langs wegen en spoorwegen.
Ten slotte is de strategie erop gericht de kennis over en het bewustzijn van de status van bestuivers en de oorzaken van hun achteruitgang te verbeteren.
Deze drie assen hebben tot doel:
- de omvang, kwaliteit, diversiteit en connectiviteit van habitats verbeteren om gezonde gemeenschappen te bevorderen die beter bestand zijn tegen de klimaatverandering, verspreid over het hele Belgische grondgebied;
- de factoren te verzachten die tot hun achteruitgang leiden;
- om hun uitsterven te voorkomen.
Naast de voordelen voor de biodiversiteit wil de strategie ook bijdragen tot de zekerheid van de voedselproductie, de veerkracht van de ecosystemen en de Belgische economie, alsook tot het menselijk welzijn. De strategie valt dus binnen de context van de Europese Green Deal.
Raadpleeg de strategie : 50% meer bestuivende insecten tegen 2030 | FOD Volksgezondheid (belgium.be)