23 sep 2026 21:04

België zet tijdens UNGA81 in op de vrijheid van navigatie, veilige zeeën, bescherming van de wereldhandel en respect voor het Zeerecht

In de marge van het Algemeen debat van de 81e Algemene Vergadering van de Verenigde Naties organiseerde België samen met het Bureau van de Verenigde Naties voor Drugs- en Misdaadbestrijding (UNODC) de ministeriële bijeenkomst “De toekomst van de bestrijding van maritieme criminaliteit: nieuwe technologieën en publiek-private samenwerking als hefboom”. Ministers, vertegenwoordigers van internationale organisaties, maritieme autoriteiten, technologie-experts en bedrijfsleiders kwamen samen om te bespreken hoe innovatie en versterkte samenwerking kunnen bijdragen aan een effectievere aanpak van maritieme criminaliteit. België werd vertegenwoordigd door Minister van Veiligheid en Binnelandse Zaken, Bernard Quintin. Ook de Haven van Antwerpen-Brugge nam deel aan de bijeenkomst en deelde haar ervaring als invloedrijke Europese haven.

Met deze bijeenkomst bevestigt België zijn steun voor het VN-Zeerechtverdrag (UNCLOS) dat een veilige en vrije scheepvaart wereldwijd mogelijk maakt. Tegelijk bood het evenement een gelegenheid om de samenwerking met UNODC verder te versterken en bijkomende aandacht te vragen voor de impact van georganiseerde criminaliteit op logistieke ketens

Voor België is maritieme veiligheid een strategische prioriteit. Als open economie en logistieke draaischijf van Europa is ons land sterk afhankelijk van veilige, betrouwbare en vrije scheepvaartroutes. Criminele netwerken gebruiken maritieme routes steeds vaker om drugs, wapens en andere illegale goederen te smokkelen. Dat brengt risico's mee voor de veiligheid van burgers, de werking van onze havens en de internationale handel.

Tijdens de bijeenkomst stond daarom centraal hoe nieuwe technologieën, zoals artificiële intelligentie, satellietbeelden en geavanceerde data-analyse, overheden kunnen helpen om verdachte activiteiten sneller op te sporen, risico's beter in kaart te brengen en criminele netwerken doeltreffender aan te pakken. België benadrukte daarbij dat innovatie een steeds belangrijkere rol speelt in de strijd tegen georganiseerde misdaad op zee.

Daarnaast ging ook aandacht uit naar de noodzaak van publiek-private samenwerking. Havens, rederijen, logistieke operatoren en overheden beschikken elk over relevante informatie en expertise. Door deze op een veilige en verantwoorde manier te delen, kunnen illegale handelsstromen sneller worden opgemerkt en kan worden voorkomen dat commerciële logistieke ketens worden misbruikt door criminele organisaties.

Omdat maritieme criminaliteit grensoverschrijdend is, pleitte België bovendien voor sterkere internationale partnerschappen, meer informatie-uitwisseling en gezamenlijke investeringen in capaciteit en technologie.