Bij koninklijk besluit nr. 17 van 4 mei 2020 werd voorzien in de mogelijkheid voor de RSZ om “bijzondere” minnelijke afbetalingsplannen toe te kennen aan werkgevers die getroffen zijn door de sociaaleconomische gevolgen van het COVID-19-coronavirus voor de door de werkgever aangegeven bijdragen. In dit kader worden, in tegenstelling tot de “klassieke” minnelijke afbetalingstermijnen, de bijdrageopslagen, de forfaitaire vergoedingen en/of verwijlinteresten in principe niet aangerekend.
Gezien de aanhoudende economische moeilijkheden, onder meer in het licht van de noodmaatregelen om de verspreiding van het COVID-19-coronavirus te beperken, voorziet het ontwerp in de verlenging van de maatregelen tot het vierde kwartaal 2021.
Het ontwerp wordt ter advies voorgelegd aan de Raad van State.