21 nov 2014 12:24

Advies van de Hoge Raad Van Financiën: “Recente budgettaire evoluties en evaluatie ten opzichte van de doelstellingen”

2013
De Afdeling Financieringsbehoeften van de Hoge Raad van Financiën publiceert vandaag een advies over de recente begrotingsprestaties. Het advies steunt op de gegevens van de overheidsrekeningen van het Instituut voor Nationale Rekeningen (INR) die onlangs aangepast werden aan het ESR 2010 en voor een aantal andere elementen, inzonderheid betreffende de overheidsperimeter, die herzien werden op vraag van Eurostat.

Het bevestigt dat het tekort van de gezamenlijke overheid in 2013 gedaald is tot 2,9% bbp (2,6% zonder de door het INR aangebrachte aanpassingen), te vergelijken met de doelstelling van 2,5% bbp volgens het in april 2013 bij de Europese Commissie ingediende stabiliteitsprogramma en de aanbeveling van de Ecofin-Raad van juni 2013, namelijk de beperking van het tekort op -2,7% bbp.

Europese evaluatie
De Ecofin-Raad heeft in juni 2014 op grond daarvan een einde gemaakt aan de procedure buitensporige tekorten, zodat België nu onderworpen is aan het zogeheten preventieve luik van het Stabiliteits- en Groeipact. Dit betekent dat het structureel saldo jaarlijks een minimale verbetering moet vertonen in de richting van de middellange-termijndoelstelling en dat de (volgens een door de Europese Commissie gedefinieerd concept berekende) uitgavengroei moet worden beperkt. Op grond van het correctieve luik moet er, behalve het vermijden van een buitensporig nominaal tekort, over worden gewaakt dat het structurele saldo voldoende verbetert om een voldoende schuldvermindering in de toekomst te realiseren.

Structureel saldo
In vergelijking met 2012 is het nominale tekort van de gezamenlijke overheid gedaald met 1,2% bbp, vooral dankzij een verbetering met 1% bbp via de impact van de oneshots, enerzijds dankzij het wegvallen van de herkapitalisatie van Dexia (in 2012) en anderzijds dankzij een aantal eenmalige fiscale ontvangsten. De ongunstige conjunctuur zou het tekort daarentegen met 0,2% bbp hebben doen verslechteren.
Het structurele saldo - waarin de invloed van de one shots en de conjunctuur geëlimineerd is – en dat door de Europese Commissie meer en meer als cruciale parameter gebruikt wordt, zou derhalve, volgens de jongste projecties van de Europese Commissie, in 2013 met 0,4% bbp verbeterd zijn, ingevolge toegenomen ontvangsten en een verdere belangrijke vertraging van de uitgavengroei. Deze verbetering is lager dan degene die gedurende de procedure bij buitensporige tekorten door de Europese Commissie aan België werd aanbevolen, namelijk 0,75% bbp per jaar.

Opdeling naar Entiteit
Het tekort van Entiteit I (Federale Overheid en Sociale Zekerheid) bedroeg in 2013 2,5% bbp (dit werd nauwelijks  beïnvloed door de ESR 2010-aanpassingen), wat overeenstemt met de doelstelling van het stabiliteitsprogramma.
Het tekort van de gewesten en gemeenschappen bedroeg 0,2% bbp, en kwam daarmee heel licht  uit boven de doelstelling van het stabiliteitsprogramma en van het Overlegcomité van 2 juli 2013 (nl. 0,04%). Mochten de vermelde INR-aanpassingen buiten beschouwing worden gelaten, dan zou de doelstelling wel gehaald zijn.
Het tekort van de lokale overheid bereikte eveneens 0,2% bbp, dit is duidelijk minder dan in 2012 maar niet gering genoeg om de doelstelling van het stabiliteitsprogramma te respecteren.
De schuld van de gezamenlijke overheid, die meer nog dan het tekort opwaarts herzien werd ingevolge ESR 2010 en de andere vermelde aanpassingen (met een opwaartse impact van 3,3% bbp), bereikte eind 2014 104,5% bbp.

Vooruitzichten 2014 en aanbevelingen
De Afdeling heeft de criteria onderzocht die België voortaan moet naleven in het Europees kader voor het begrotingstoezicht. De vereisten waaraan moet worden voldaan in het preventieve en correctieve luik van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP), worden voorgesteld, maar zonder dat hun pertinentie als begrotingsregel wordt beoordeeld. In dit Advies beperkt de Afdeling zich er bijgevolg toe om het nieuwe kader voor het begrotingstoezicht voor te stellen; de Afdeling wil niet anticiperen op haar functie met betrekking tot de evaluatie van de doelstellingen, waarmee ze belast werd door het Samenwerkingsakkoord van 13 december 2013 en die door de Afdeling zal worden uitgeoefend vanaf 2015.
Met ingang van 2015 zal de Afdeling dan ook de begrotingsprestaties van de diverse overheidsentiteiten evalueren in een nieuw kader, namelijk dat van het Europees "Fiscal Compact" dat in België vertaald werd in de door alle overheidsentiteiten goedgekeurde samenwerkingsovereenkomst van 13 december 2013. Volgens deze overeenkomst is de Afdeling, bij vaststelling van belangrijke afwijkingen van de doelstellingen, belast met het op gang brengen van een correctiemechanisme. De doelstellingen zelf zullen, steeds volgens die overeenkomst, worden bepaald door het Overlegcomité, op grond van een advies dat de Afdeling zal opstellen ter voorbereiding van het stabiliteitsprogramma.
Het advies van de Afdeling is consulteerbaar op de website van de Hoge Raad van Financiën: http://www.docufin.fgov.be/intersalgnl/hrfcsf/adviezen/Adviezen.htm