In België loopt maar liefst 1 op de 3 mensen in hun leven tegen een geestelijk gezondheidsprobleem aan. Bovendien hebben ze een zeer grote maatschappelijke impact. Toch loopt het onderzoek op dit gebied ver achter op het onderzoek naar lichamelijke problemen, vooral door een langdurig tekort aan financiering. Tijdens de COVID-19-pandemie werd het gebrek aan gegevens over geestelijke gezondheidsproblemen (van eerstelijnszorg tot zeer gespecialiseerde zorg) dan ook pijnlijk duidelijk.
De schaarse financiering die er is, gaat bovendien voor het grootste gedeelte naar fundamenteel onderzoek. Er wordt veel minder geïnvesteerd in onderzoek naar preventie, opsporing, screening en diagnose, behandeling, ziektebeheer en innovatieve zorg, kortom naar daar waar de nood het hoogst is. Deze situatie maakt de praktische uitvoering van beleidsbeslissingen des te moeilijker.