Over het algemeen zijn de waargenomen effecten van lage tot matige intensiteit en sterk afhankelijk van de context.
De duidelijkste lichamelijke effecten hebben betrekking op sedentair gedrag, gezichtsvermogen en slaap. Schermen worden bij overmatig gebruik door jonge kinderen in verband gebracht met een achterstand in de motorische, taal- of cognitieve ontwikkeling. Het samen kijken van educatieve inhoud kan dan weer positieve effecten hebben.
Op psychologisch vlak spelen de aard van de inhoud, het design van het platform (in het geval van sociale media) en de context van het gebruik (bijvoorbeeld het samen kijken) een veel grotere rol dan de schermtijd. Sommige handelingen (bijvoorbeeld interacties met inhoud over inspirerende activiteiten, inhoud over burgerparticipatie of educatieve inhoud) stimuleren creativiteit, sociale interactie, ontspanning en kennisverwerving, terwijl andere – in het bijzonder langdurige of herhaalde blootstelling aan schadelijke inhoud (bijvoorbeeld influencers die schoonheidstips geven) – in verband kunnen worden gebracht met hoge mentale druk, ontevredenheid over het lichaam en depressieve symptomen.
Andere risico’s zijn onder andere onveilige online contacten en gedragingen (zoals cyberpesten, sextortion en grooming). Bepaalde “persuasive design”-mechanismen kunnen bijdragen aan verslavend gedrag.
De HGR benadrukt ook dat de achteruitgang van de mentale gezondheid van jongeren het gevolg is van meerdere factoren, waaronder bekende factoren zoals academische druk, armoede en sociale ongelijkheid. Digitale media kunnen ook een rol spelen in deze achteruitgang, maar digitale ruimtes kunnen eveneens sociale verbondenheid bevorderen en vertrouwelijke toegang bieden tot online geestelijke gezondheidszorg, waardoor de drempel om hulp te zoeken verlaagt. (Voor dergelijke digitale geestelijke gezondheidszorg is ook een passend kader nodig – zie adviesrapport HGR 9745 (2024) voor meer informatie over dit onderwerp.)