18 mrt 2026 08:00

Het familiekrediet. Waarom geen goed idee.

De federale regering wil het familiaal verlof hervormen via de invoering van een familiekrediet : een ‘rugzak’ met verlofrechten voor elk kind. De hervorming wordt voorgesteld als een vereenvoudiging en harmonisering van de bestaande stelsels, en als een manier om de balans tussen werk en privéleven te verbeteren. Volgens de Raad voor Gelijke Kansen tussen Mannen en Vrouwen gaat dit voorstel echter gepaard met tal van onzekerheden, bezorgdheden en risico’s voor de gendergelijkheid, in het bijzonder tussen moeders en vaders. De Raad publiceerde hierover recent een advies.

De Arizona regering heeft aangekondigd dat zij het familiaal verlof wil hervormen door het familiekrediet in te voeren in de vorm van een ‘rugzak’ met verlofrechten voor elk kind.  De vooropgestelde doelstellingen, die bij elke hervorming van de Arizona regering worden herhaald, zijn de vereenvoudiging en harmonisatie van het huidig systeem volgens de beroepsstatuten en de verbetering van het evenwicht tussen privéleven en beroepsleven. De Raad deelt deze doelstellingen, gezien de complexiteit ervan voor zowel de begunstigden als de werkgevers en zelfs de RVA.

Er is een ontwerpresolutie van de CD&V ingediend bij het federaal parlement die het voorstel van de regering overneemt, erop vooruitloopt en het gedeeltelijk verduidelijkt door te voorzien in 24 weken verlof per kind. Hoewel dit op het eerste gezicht een genereus voornemen lijkt, wijst de Raad voor Gelijke Kansen van Mannen en Vrouwen op een aantal onzekerheden en bezorgdheden, en zelfs gevaren in verband met de gendergelijkheid tussen moeders en vaders.  Deze verschuiving van het sociale denkkader lijkt namelijk onverwachte negatieve gevolgen te hebben.

Door moederschapsverlof op te nemen in het familiekrediet, gaat het voorstel van resolutie voorbij aan de grondslagen van de moederschapsbescherming, waarop alleen moeders voor en na de bevalling recht hebben om hun fysieke, juridische en morele kwetsbaarheid te ondersteunen. Moederschapsverlof valt onder specifieke regelgeving en de moederschapsverzekering, en is dus in principe niet overdraagbaar.

Het verlof dat aan werknemers wordt toegekend, maakt deel uit van hun arbeidsvoorwaarden wanneer zij ouders worden en is opgenomen in het sociaal recht en in de socialezekerheidswetgeving. Het gaat hier niet om een recht van het kind als zodanig, zoals dat het geval is bij kinderbijslag. Bovendien is het niet duidelijk hoe deze verandering van perspectief de toekenning van verlof zou vereenvoudigen, en nog minder in het geval van echtscheiding van de ouders wanneer er spanningen ontstaan die schade toebrengen aan de kinderen.

De overdraagbaarheid van verloven zoals voorzien in de ontwerpresolutie lijkt op het eerste gezicht aantrekkelijk. Er bestaan echter reële en niet te verwaarlozen risico's dat wederzijdse overdrachten de beter betaalde ouder (meestal de vader) ertoe aanzetten zijn recht op verlof af te staan aan de minder goed betaalde ouder (meestal de moeder) of zelfs aan een grootouder.

In dit verband zouden grootouders die nog werken en voor de kleinkinderen zorgen, eerder recht moeten hebben op een eigen specifiek verlof dan dat het verlofquotum tussen ouders en grootouders wordt verdeeld.

De oorspronkelijk voorziene financiering van 25 miljoen euro per jaar is duidelijk onvoldoende voor de volledige en coherente uitvoering van een dergelijke hervorming. Aangezien waarschijnlijk aan de ene of de andere maatregel voorrang zal moeten worden gegeven, beveelt de Raad aan om zich te richten op vaders, ongeacht hun beroepsstatus, om degenen die ouderschapsverlof opnemen beter te belonen, om dit verlof verplicht te maken en om het geleidelijk te verlengen. Deze suggestie is niet utopisch, aangezien Spanje bijvoorbeeld als Europese lidstaat die gebroken heeft met zijn vorige regelgeving, een reeks maatregelen heeft aangenomen (in 2021) om een beter evenwicht tussen de gezinsverantwoordelijkheden binnen het gezin te bereiken.