De conclusie van de analyse is duidelijk: geen enkele uitstootsector bevindt zich op een traject dat overeenstemt met de scenario’s voor klimaatneutraliteit in België:
- Vier sectoren evolueren te traag: industrie, energietransformatie (elektriciteit en raffinage), gebouwen en landbouw;
- Twee sectoren gaan in de verkeerde richting: landgebruik en internationaal transport;
- Eén sector vertoont een minder duidelijke trend: binnenlands transport.
Ondanks deze vaststelling zijn sommige indicatoren bemoedigend en maken ze het mogelijk om de nul-emissiezone te bereiken, op voorwaarde dat de inspanningen in hetzelfde tempo worden voortgezet tot 2050: de geïnstalleerde windcapaciteit, het eindverbruik van bio-energie, de vraag naar personenvervoer, de vraag naar goederenvervoer, het eindenergieverbruik in gebouwen en industrie, de emissies van de chemische industrie en de emissies van de veeteeltsector.
Voor een reeks indicatoren is de beoordeling van de vooruitgang verbeterd sinds het rapport 2024: energieverbruik en elektrificatie in gebouwen, broeikasgasemissies in de chemische industrie, in de landbouw in het algemeen en meer bepaald in de veeteeltsector.
Echter, een groot aantal indicatoren vertoont een te trage, dubbelzinnige of zelfs negatieve evolutie. De situatie lijkt bijzonder zorgwekkend in drie sectoren:
- Binnenlands transport: de emissies van deze sector evolueren dubbelzinnig en de kortetermijntrend (3 jaar) gaat in de verkeerde richting. Er lijkt geen modale verschuiving plaats te vinden, ondanks het belang daarvan voor de transitie, en het totale aantal auto’s en auto’s per persoon blijft toenemen.
- Internationaal transport: de emissies van deze sector blijven stijgen. Zowel het energieverbruik als de activiteit nemen toe, terwijl de inzet van hernieuwbare energie of elektrificatie nog niet op gang is gekomen bij gebrek aan volwassen oplossingen.
- Landgebruik: sinds 1990 is het natuurlijke vermogen van de bodem om koolstof op te slaan aanzienlijk afgenomen. Om klimaatneutraliteit te bereiken, moet deze trend snel worden omgekeerd en moeten de koolstofopnames toenemen.
Wat de koolstofvoetafdruk betreft – die alle emissies omvat die worden veroorzaakt door goederen en diensten die in België worden geconsumeerd, ongeacht of ze op Belgisch grondgebied of elders worden uitgestoten – kunnen twee hoofdconclusies worden getrokken:
- Volgens de beschikbare analyses is de totale koolstofvoetafdruk van België toegenomen ten opzichte van 1990, terwijl de koolstofvoetafdruk per persoon momenteel vergelijkbaar is met het niveau van 1990. Sinds het begin van de jaren 2010 is echter een stabilisatie, of zelfs een daling, waarneembaar;
- België is een netto-importeur van broeikasgasemissies. Dat betekent dat de ingevoerde producten en diensten die in België worden geconsumeerd, meer emissies veroorzaken dan de uitgevoerde producten. Het aandeel van ingevoerde emissies in de totale koolstofvoetafdruk van België neemt toe.
Volgens Jean-Luc CRUCKE, Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie, belast met Duurzame Ontwikkeling: « Deze barometer toont aan dat België vooruitgaat, maar nog niet snel genoeg om tegen 2050 klimaatneutraliteit te bereiken. Er zijn positieve signalen - in de industrie, de landbouw en de energiesector - maar die moeten zich nu uitbreiden naar de hele samenleving. Net zoals bij de overheidsschuld, waarbij elke beslissing gevolgen heeft voor toekomstige generaties, moeten we - in België, maar ook op Europees en internationaal niveau - onze klimaatkeuzes met dezelfde verantwoordelijkheid benaderen. Niet handelen vandaag betekent een klimaatschuld opbouwen die morgen niet meer terug te betalen is. ».