Het ontwerp beoogt nieuwe bedragen vast te leggen die door bepaalde aanvragers van een verblijfsrecht betaald moeten worden vooraleer de aanvraag behandeld kan worden.
Concreet worden de volgende bedragen vastgelegd:
- aanvragen bedoeld in artikel 1/1, § 2, 1°, van de wet: 189 euro
- aanvragen bedoeld in artikel 1/1, § 2, 2°, van de wet : 313 euro
- aanvragen bedoeld in artikel 1/1, § 2, 3°, 4° en 6°, van de wet: 189 euro
- aanvragen bedoeld in artikel 1/1, § 2, 5°, van de wet: 168 euro
- aanvragen bedoeld in artikel 1/1, § 2, 7°, van de wet: 189 euro
- aanvragen bedoeld in artikel 1/1, § 2, 8°, van de wet: 168 euro
- aanvragen bedoeld in artikel 1/1, § 2, 9°, 10°, 11°, 12° van de wet: 126 euro
- aanvragen bedoeld in artikel 1/1, § 2, 13° en 14°, van de wet: 126 euro
Het ontwerp wordt ter advies voorgelegd aan de Raad van State.
Ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, wat betreft de retributie